Jachten van de Kroon

   
  FR - NL - DE

Waals portal | Onthaal - plan van de site - Contact

5. Wetenschappelijk onderzoek : 5.4 Habitatgebruik : RESULTATEN VOOR HET HERT

Inleiding :

Cliquer pour agrandir Gesteund door een onderzoeksproject van de Katholieke Universiteit Leuven, dat financiële steun geniet vanwege het Waalse Gewest, voert het Laboratoire de la Faune sauvage et de Cynégétique sinds 1997 een studie over het gedrag van het hert. Bedoeling is objectieve argumenten aan te voeren om het beheer van deze populatie en haar habitat te verbeteren.

Om de doelstelling van deze studie te bereiken, koos met als instrument de telemetrische opvolging. Dieren worden voorzien van halsbanden met radiozenders (VHF) of GPS, waardoor hun verplaatsingen gevolgd kunnen worden.

De verplaatsingen opvolgen van dieren die uitgerust zijn met dergelijke halsbanden, levert talrijke inlichtingen op over het gedrag van de dieren: hun ruimtelijke spreiding, hun reactie ten aanzien van verschillende omgevingsfactoren (kwaliteit van de biotoop, weersomstandigheden, jacht, aanwezigheid van publiek, voedsel, bronstijd…) en de wijze waarop ze hun habitat benutten (kiezen of mijden zijn bepaalde omgevingen of wordt de omgeving waarin ze leven op toevallige wijze bepaald?).

Deze studie wordt voornamelijk gevoerd in de twee gebieden van de Jachten van de Kroon.

 

Levensruimte :

De levensruimte van een dier is de oppervlakte die het dier gebruik voor normale activiteiten zoals voeden, voortplanting, verzorging van de jongen. Deze oppervlakte varieert al naargelang de soort, het individu, de leeftijd, het geslacht, de fase van de fysiologische cyclus. Sommige individuen zwerven meer rond dan andere, mannelijke dieren trekken vaak verder dan vrouwtjes die meestal meer sedentair leven.

De oppervlakte van de levensruimte hangt ook af van de beschikbaarheid van de hulpbronnen (voedsel, rust, dekking, water…) over heel het jaar. Als deze bronnen in een gebied zeldzaam of weid verspreid zijn, zal de levensruimte groter zijn. Een dier dat in een erg afgelegen gebied leeft met talrijke voedselbronnen en dekkingsplaatsen zal zich dus in mindere mate verplaatsen (en bijgevolg minder energie verbruiken en minder risico lopen een prooi te worden) en zal een levensruimte van kleine omvang hebben.

-> meer weten

Algemeen gezien ligt de levensruimte voor kaalwild in de Kroonjachtgebieden gemiddeld op 360 ha (204 tot 523 ha). Hertenbokken hebben sterk variërende levensruimten, gaande van 103 tot 2585 ha, met een gemiddelde van 800 ha.

Tabel – opvolgingsperiode, aantal lokaliseringen en levensruimten van 21 herten (MCP 100%, Kernel 95 en 50%) aantal lokaliseringen en opvolgingsperiode.

Individu

geslacht

Leeftijd (jaren)

plaats

opvolging

# lok

MCP 100%

Kernel 95%

Kernel50%

Arthur

m

2

St Hubert

27/1/05-26/7/06

2636

7207

845

124

Audrey

f

adulte

St Hubert

13/2/02-25/7/03

2862

953

272

165

Bacchus

m

1

Hertogenwald

4/2/03-15/11/04

2485

1071

111

12

Cloval

f

adulte

St Hubert

3/3/05-16/12/05

480

1612

503

80

Dionysos

m

2

Hertogenwald

23/2/05-21/8/06

3071

4270

391

44

Emilie

f

adulte

St Hubert

23/10/01-26/6/02

1501

1051

204

86

Fifine

f

adulte

St Hubert

25/03/04-23/2/06

914

1819

356

30

Gambrinus

m

1

Hertogenwald

4/4/03-28/03/04

948

733

103

5

Hercule

m

2

St Hubert

20/9/04-2/5/05

1260

7065

2585

326

Jade

f

adulte

St Hubert

11/9/03-7/11/04

1941

691

208

86

Juliette

f

adulte

St Hubert

2/1/02-24/3/03

1887

880

365

24

MarcII

m

1

Hertogenwald

15/2/03-24/08/03

1651

2101

111

69

Marianne

f

adulte

Hertogenwald

25/04/01-14/02/02

1178

1989

523

38

Narval

m

1

St Hubert

29/9/04-27/02/06

722

7515

1891

115

Natacha

f

1

St Hubert

30/12/01-28/01/03

1519

966

449

54

Olivier

m

7

Hertogenwald

17/04/01-10/02/02

2679

3915

445

35

Oscar

m

2

Hertogenwald

7/5/02-7/1/03

1659

2723

180

20

Peluche

f

adulte

Hertogenwald

21/5/05-22/08/06

923

1220

466

68

Régine

f

adulte

St Hubert

8/2/02-2/4/02

102

500

353

48

Sarah

f

adulte

Hertogenwald

1/4/01-8/1/02

754

1664

264

22

Tristan

m

5

St Hubert

1/10/02-14/5/03

2067

2751

1375

271

 

 

 

 

 

Verplaatsingen :

 

In de Kroonjachtgebieden heeft men voor een aantal gemerkte herten vrij uitzonderlijke verplaatsingen waargenomen. Het gaat vooral om jonge herten (van 1 tot 3 jaar) en uitzonderlijk ook om hinden

Cliquer pour agrandir In Saint-Michel Freyr (sector I van de WBE-SH) zijn halfvolwassen en volwassen herten enkel aanwezig tijdens de voortplantingsperiode. In de andere maanden van het jaar hebben enkel kleine herten (spitsherten en tweekop spitsers) contact met de hinden

In het Hertogenwald werden alle situaties waargenomen: sommige sedentaire dieren blijven heel hun leven in het gebied, andere worden hier geboren en verlaten het tussen hun 1 en 2 jaar, nog andere komen hier enkel in de winter (voor de bijvoedering) of tijdens de voortplantingsperiode.

Fotolegende: Opmerkelijke verplaatsingen vastgesteld voor mannelijke herten vanuit het Hertogenwald: ze steken meermaals de E42 en de Duitse grens over

-> Meer info

Al naargelang de seizoens- en dagcycli zijn herten het meest mobiel bij het ondergaan en opkomen van de zon, in de voortplantingsperiode en tijdens het jachtseizoen.

Er zijn talrijke factoren die aan de grond liggen van de verplaatsingen: het zijn soms transhumances tussen basthertgebieden en bronstplaatsen, reacties op verstoringen veroorzaakt onder meer door drijfjachten, zoektochten naar wildweiden na de winter… Andere factoren maken de dieren dan weer sedentair, zoals de aanwezigheid van dekkingszones, van een wildweide, voedselpunt…

De verplaatsingen gebeuren meestal vanuit een centrale dekkingszone (meestal een sparrenbos) waar het dier de dag doorbrengt en gaan naar voedselplaatsen die ze ’s nachts bezoeken. De verplaatsingen verlopen stervormig, het hart van de ster is dan de hoofddekkingsplaats. Andere dieren gaan soms van de ene dekkingszone naar de andere na verloop van een aantal dagen, wat eerder zeldzaam is. Deze verplaatsingen verlopen dan in de vorm van een rozenkrans.

 

Selectie van de habitat :

 

- Daggebruik van de habitat voor herten in de Kroonjachtgebieden :

In de huidige fase van de studie kunnen de waarnemingen als volgt worden samengevat: (1) Aangezien de beukenbossen in de Hoge Ardennen weinig zijdelingse beschutting bieden, spelen sparrenbestanden een overwegende rol in de ruimtelijke spreiding van de dieren overdag. (2) De plaatsen waar dieren overdag dekking zoeken liggen vooral in het hart van naaldboommassieven die een doeltreffende beschutting bieden tegen slecht weer. (3) Nog steeds overdag, en buiten extreme weersomstandigheden, zijn de meest bezochte percelen bestanden met lichte naaldbomen die tegelijk een goede horizontale beschutting bieden maar ook voedselbronnen in de vorm van grasgewassen en struiken (smele, braamstruiken, bosbessenstruiken…). (4) In de groeiperiode van de planten (mei tot oktober) stelt men een uitgesproken voorkeur vast voor zones aan de bosrand. Deze zijn rijker aan voedsel en bieden nog steeds een goede beschutting. (5) Loofboombestanden worden zelden overdag bezocht, behalve wanneer er overvloedig veel vruchten worden gevormd, daar de dieren vooral aan de bosrand verblijven, in de nabijheid van naaldhoutdekking.

Cliquer pour agrandir
Cliquer pour agrandir

 

 

- Analyse van het gebruik van 6 door GPS gemerkte hinden in het bos van Saint-Michel Freyr :

De GPS-opvolging biedt een meer precieze analyse dan een eenvoudige voorkeursanalyse op basis van grote populatiegroepen. De systematische inventaris van de situatie van het onderhout (plantensoorten, zichtbaarheid, toegankelijkheid…), opgesteld voor Saint-Michel Freyr in 2005, kan gekruist worden met de GPS-lokalisering van de 6 hinden (opvolging tijdens dezelfde periode). Dit biedt ons een beter beeld van het gebruik van de hulpbronnen al naargelang het uur, de dag en het seizoen.

Cliquer pour agrandir
Cliquer pour agrandir
Cliquer pour agrandir

 

Cliquer pour agrandir
Cliquer pour agrandir

 

Fotolegende: Saint-Michel Freyr: een aantal variabelen gemeten bij de inventaris van 2005

In de regel hebben “voedsel”-variabelen ’s nachts een grotere invloed en “beschuttings”-variabelen overdag, wat geen verrassing is. Plaatsen die rijk zijn aan grasgewassen worden het grootste deel van het jaar intensief bezocht. In de winter komen de dieren er veel minder en zoeken ze vooral naar bosbessenstruiken, die goed aanwezig zijn over heel het massief, en in mindere mate naar smele en braamstruiken. Over het algemeen merkt men dat ze dichtbegroeide bestanden mijden (hoge grondoppervlakten) en meer belangstelling tonen voor zones aan de rand van het bos.

 

Ook al is de analyse nog bezig, toch blijkt al dat de dieren in de winter (januari-april) echt afhankelijk zijn van de aanvullende bijvoederingsplaatsen ’s nachts en dat blauwe bosbessenstruiken (vooral overdag) het beste alternatief zijn voor deze kunstmatige voedselbronnen. Overdag mijden ze duidelijk de bospaden.

In de werptijd (mei) stelt men een verhoogd verbruik van grasgewassen vast maar ook van houtgewassen (vraatsoorten die uitbotten). De rustzones liggen overdag vooral in sparbestanden in het stadium van jong kreupelhout.

In de lente (juni-augustus) verblijven de dieren bij voorkeur in de bosrand, in gebieden rijk aan grasgewassen en vooral op wildweiden met grasgewassen. Ze blijven in die periode dicht bij de voedselplaatsen, zowel overdag als ’s nachts.

Tijdens de voortplantingsperiode gebruiken de dieren ’s nachts in de eerste plaats zones die rijk zijn aan grasgewassen en droge heide. ’s Nachts worden de hinden binnen bospercelen “gehouden” met beperkte zichtbaarheid (zeer goede zijdelingse beschutting).

Tijdens jachtperiodes verkiezen de dieren overdag sparrenbossen van gemiddelde leeftijd (voorbij het stadium van licht kreupelhout) en ’s nachts meer open gebieden die rijk zijn aan grasgewassen en smele

 

Meting van de mate waarin menselijke verstoring een impact heeft op het hert :

Dankzij de opvolging van gemerkte dieren en de analyse van hun verplaatsingen heeft men met simulaties van verstoringen (wandelaars) of in echte omstandigheden (jachtactiviteit) kunnen bepalen wat de impact is van menselijke storingsbronnen op het hert.

 

De interessante (niet-definitieve) resultaten die reeds werden bekomen, hebben onder meer aangetoond dat wandelaars die niet op de paden wandelen een sterkere verstoring vertegenwoordigen dan wandelaars die wel op de paden blijven. De dieren verplaatsen zich met een grotere frequentie tijdens schoolvakanties, weekends of jachtperiodes.

De impact van drijfjachten op de verplaatsingen van de dieren schommelt sterk. In sommige extreme gevallen vluchten de dieren over meerdere kilometers om 2 tot 3 dagen later naar hun plaats van herkomst terug te keren. Andere dieren bewegen dan weer niet, zeker als hun omgeving rijk is aan schutplaatsen met naaldbomen. Er is geen significant verschil vastgesteld tussen de drijfjacht met honden en hoorngeschal en de drukjacht.

Verstoringen door bers- en loerjachten kunnen in sommige gevallen (een dier van het roedel wordt afgeschoten) leiden tot langdurige standplaatsveranderingen, van meerdere dagen tot meerdere maanden. De dieren trekken dan naar de andere kant van het bos of naar rustige plaatsen (zoals natuurreservaten of private domeinen).

 

-> Habitatgebruik

-> Opvolgingstechnieken

-> Resultaten voor het everzwijn

-> Merktechnieken

 

Pictogramme de la Région wallonne
 

Wettelijke vermeldingen - Privacy - Ombudsman - Toegankelijkheid

Begin van de pagina