Jachten van de Kroon

   
  FR - NL - DE

Waals portal | Onthaal - plan van de site - Contact

5. Wetenschappelijk onderzoek : 5.5 Het beheer van de ree

 

Voorstelling van het project :

Cliquer pour agrandir

De missie die het Waalse Gewest eind 2004 heeft toevertrouwd aan de vzw Wildlife and Man heeft als doelstelling “een wetenschappelijk instrument uit te werken dat borg zou staan voor een biologisch verantwoord beheer, in de pilootgebieden, van de reepopulatie in functie van de kwaliteit van haar ecosysteem”. Het toegepaste instrument zal gestandaardiseerd worden en toepasbaar moeten zijn in andere Belgische massieven.

Deze missie wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking met het Laboratoire de la Faune sauvage et de Cynégétique van het Waalse Gewest en met het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek (INBO) van het Vlaamse Gewest.

In het kader van het project voorziet men een reeks speciaal voor reeën aangepaste bio-indicatoren te gebruiken en te onderzoeken in hoeverre ze relevant zijn in de Belgische context. Er zijn metingen voorzien op verschillende niveaus: op individuen van het jachtafschot, de populatie (door visuele observatie) en de omgeving (wildvraat). Om de gevoeligheid van de indicatoren in te schatten, heeft men voorzien dat de meewerkende gebieden instemmen om de druk van de jacht aan te passen (naar boven toe) tijdens de volledige duur van de Overeenkomst.

De twee Kroonjachtgebieden maken deel uit van de proefgebieden die bij de studie zijn betrokken, net als 4 andere Waalse gebieden en 8 Vlaamse Wild-Beheereenheden.

 

Inzameling van de gegevens betreffende de reeën op de Jachten van de Kroon :

 

Biometrische indicatoren :

De biometrische indicatoren worden gemeten op dieren die bij de jacht werden afgeschoten. Allereerst wordt de gezondheidstoestand van elke ree geanalyseerd. Dan verwijdert men het kaaksbeen om de leeftijd te bepalen (reekalf, halfvolwassen, volwassen van 2 tot 5 jaar en volwassen van meer dan 5 jaar). In het laboratorium meet men de lengte van het kaaksbeen, die een goede indicator is voor de gesteldheid van het dier en toont wat de levensomstandigheden waren van het dier in de eerste maanden van de groei.

Cliquer pour agrandir

Legende: Metingen die men uitvoert op het kaaksbeen van een ree [LD = lengte van het diasteem; LT = totale lengte; LR = Roucher-onderkaaklengte; HMD = minimale hoogte van het diasteem]

Vervolgens wordt het dier van de ingewanden ontdaan (schoongemaakt). Het hart en de nieren worden verwijderd om de hoeveelheid vet te meten die aan deze organen vastzit. Samen met het lichaamsgewicht van het ontweidde dier (leeggewicht) geven deze elementen een indicatie over de gesteldheid van het dier en duiden ze op de levensomstandigheden van het dier voor die periode.

De fecaliën worden uit het spijsverteringskanaal verwijderd. Daarna bepaalt men het stikstofgehalte van de fecaliën om het kwaliteitsniveau van de voedselbronnen van het dier te bepalen.

Ten slotte wordt bij vrouwelijke dieren ook het genitaalkanaal verwijderd. In het laboratorium analyseert men de aanwezigheid van gele lichamen om de vruchtbaarheidsgraad van het dier te kennen.

-> meer weten

Cliquer pour agrandir Cliquer pour agrandir Cliquer pour agrandir

 

Cliquer pour agrandirWildstandindicatoren :

Er is een techniek uitgewerkt die bijzonder geschikt is voor reeën: het is een indexmethode genaamd “kilometer densiteitindex – KDI”. Deze berust op het principe dat het aantal waargenomen reeën per kilometer, afgelopen volgens een op voorhand bepaald protocol, in verhouding staat tot de dichtheid van de aanwezige populatie.

-> meer weten

Fotolegende : voorbeeld van een KDI-traject [KDI = kilometer densiteitindex]

 

Wildvraatindicator :

In het specifieke geval van de Jachten van de Kroon, waar het hert de meest vertegenwoordigde soort is, heeft men vragen over het aandeel van de reeën in het afgrazen. Om hier een antwoord op te vinden, bestaat er momenteel een proefsysteem op beide gebieden. Het zijn paren vierkante omheiningen met telkens een zijde van 6 m. De eerste omheining is toegankelijk voor herten en reeën, de tweede is enkel toegankelijk voor reeën. Om dit te bereiken voorziet men in de omheining openingen van 20 cm breed en 50 cm hoog. Het afgrazen zal gemeten worden met eiken die in de omheiningen zijn geplant.

Pictogramme de la Région wallonne
 

Wettelijke vermeldingen - Privacy - Ombudsman - Toegankelijkheid

Begin van de pagina