4. Wildbeheer : 4.1 Beheer van de populaties : Tellingen
Wildtellingen door aanzitten en bersen
:
Dit type telling heeft tot doel een complete telling uit te voeren van alle dieren die leven in een jachtentiteit (raad, massief…). De methode werd voor het eerst in België toegepast in 1965, door de “Werkgroep voor het evenwicht bos-wild”. Ze wordt voornamelijk gebruikt voor herten maar is ook geschikt voor everzwijnen en reeën. De meest gunstige tijd is de maand april, met andere woorden aan het einde van het jachtafschot en na de periode waarin het sterftecijfer het hoogst is. Deze periode stemt ook overeen met een kritieke periode op het vlak van de voedselbronnen, waardoor de dieren zich ’s morgens en ’s avonds langer verplaatsen om te zoeken naar planten die in de lente opnieuw groeien en dus bijzonder gegeerd zijn door graseters. Het resultaat dat met de telling wordt beoogd, is een minimale dichtheid (# koppen/1.000 ha) met een onderscheid in geslacht en leeftijd. De tellingen worden over meerdere duizenden hectaren gecoördineerd en verlopen meestal in ten minste twee rondgangen. Het bos waarin men telt wordt opgesplitst in sectoren van 125 tot 150 ha waarin minstens één waarnemer zo discreet mogelijk rondtrekt en probeert de kans om visueel contact te hebben met de dieren zo groot mogelijk te maken. Elke tocht duurt ongeveer twee uur. De waarnemingen worden tijdens de telling genoteerd op een formulier en een fiche. Alle waarnemer komen na de telling samen voor een debriefing. Alle waarnemingen worden verzameld op een algemene kaart van de jachtentiteit en er volgt een telling in aanwezigheid van de waarnemers om eventuele dubbele tellingen te vermijden (dieren die van de ene telsector naar de andere trekken en meermaals worden opgenomen).
Legende van de 4 grafieken : Hertogenwald: resultaten van de wildtellingen door aanzitten en bersen, sinds 1983 :
Cliquez sur les images pour les agrandir
Nachttelling met schijnwerpers :
Dit soort telling heeft tot doel te tellen hoeveel dieren men ’s nachts waarneemt langs een bepaalde route (20 km / 1.000 ha) die met een voertuig worden afgelegd (uitgerust met richtlampen) om zo een jaarlijkse kilometerindex (# koppen / afgelegde km) op te stellen. Men volgt jaar na jaar dezelfde routes om zo een trend te kunnen vaststellen (stijging, stabilisering of vermindering) in de evolutie van de populatiedichtheid. De getelde wildsoorten zijn vooral herten en reeën. Het betreft een indexmethode (niet-exhaustief), dus zijn ideaal gezien 4 tochten nodig om een betrouwbaar gemiddelde en tijdsinterval te bepalen
Legende van de grafiek : Saint-Michel Freyr: resultaten van de tellingen met schijnwerpers sinds 2004
Waarnemingen tijdens het jachtseizoen :
Waarnemingen tijdens bers-/loerjachten
Aan het einde van elke jachtpartij vult de jachtgids, samen met de jager, een waarnemingsformulier in. Op het formulier staat informatie over de aantallen en beschrijvingen van de waargenomen dieren, over hun geografische plaats en omgeving, hun gedrag… Het vermeldt ook gegevens over de jacht als dusdanig. Na afloop van het seizoen worden al deze gegevens gecentraliseerd en samengevat. De resultaten zijn met name de volgende: het aantal herten, hinden of hertenkalveren dat men per jacht heeft waargenomen, de verhouding geweidragers/kaalwild, de verhouding groot hert (nvdv: beiderzijds kronenhert of het hert dat minstens drie enden draagt boven het middenend) / klein hert (nvdv: alle andere herten), de verhouding hertenkalveren / (jonge) hinden… de intensiteit van het burlen, het aantal afgeschoten kogels / gedode stuks… Hierdoor kan men het ene jachtseizoen vergelijken met het andere op het vlak van de dichtheid en structuur van de wildpopulaties en van de jachteffectiviteit.
Legende van de grafiek : Hertogenwald: aantal waargenomen herten per jachtpartij sinds 1993

Waarnemingen tijdens groepsjachten
Tijdens elke aanzit-drukjacht wordt elke jager verzocht een formulier in te vullen met waarnemingen (aantal stuks, soort, geslacht…) en jachtinformatie (richting van het schot, aantal kogels…). Op het einde van het seizoen wordt er een samenvatting opgesteld. Zo kan men jaar na jaar de evolutie volgen van het aantal waargenomen dieren per drift (voor zover deze blijvend is). Er worden ook meerdere jachteffectiviteit-indicatoren berekend: aantal kogels / gedode stuks, aantal kogels afgeschoten voor elke wildsoort… Men kan dus ook de 2 gebruikelijke jachtwijzen vergelijken.
Legende van de grafiek : drift van de vijf eiken: evolutie van de herten, reeën en everzwijnen, waarnemingen sinds 1999.

Fotografische opvolging en verzamelen van de afwerpstangen
:
De bedoeling is een maximaal aantal geweidragers zo compleet mogelijk te tellen door ze te identificeren (aan de hand van hun gewei dat jaar in jaar uit gefotografeerd wordt en/of door hun afwerpstangen te verzamelen). Naast de zuivere telling laat deze techniek dankzij de opvolging toe de leeftijd van de voor- of najaarstand te bepalen. Elk jaar worden er immers voor de betrokken jachtgidsen en jagers catalogi gepubliceerd van de geweidragers. Om doeltreffend te zijn en de rust in het bos te handhaven wordt deze methode voortaan gecoördineerd en streng gecontroleerd.
Legende van de grafiek : Hertogenwald: aantal afzonderlijke herten geïnventariseerd sinds 1987

-> Beheer van de populaties
-> Wildvraatindicatoren
-> Jachtwijze
-> Jachtafschot
-> Analyse van de afschotstatistieken
|