2. Voorstelling van de gebieden : 2.1 Hertogenwald

Geografische ligging :
Het gebied van het Hertogenwald is de Noordwestelijke uitloper van het grootste natuurreservaat van het Waalse Gewest: Het natuurreservaat van de Hoge Venen. Het wordt aan de noordkant begrensd door de stad Eupen en door de Vesdre, aan de oostkant door de vallei van de Helle, aan de zuidkant door de Hoge Venen en aan de westkant door de vallei en de dam van de Gileppe. Door de nabijheid van het toeristische gebied van de Hoge Venen en van de Duitse en Nederlandse grens, ondervindt heel het massief behoorlijk wat druk ten gevolge van recreatie, vooral tijdens de weekends en het sneeuwseizoen. Administratief gezien is dit gebied volledig in handen van de staat en maakt het deel uit van de houtvesterij van Verviers.
Reliëf en klimaat :
De hoogte gaat van 240 m (vallei van de Vesdre) tot 600 m (Hoge Venen). Het massief wordt doormidden gesneden door de Soor die uitmondt in de Helle. De meest steile hellingen liggen langs de vallei van de Helle, aan het einde van de Soor en in het dal van de Gileppe. Het bos gaat van de Lage tot de Hoge Ardennen, over de Midden Ardennen. Het klimaat varieert dus sterk met temperaturen die van de Lage tot de Hoge Ardennen schommelen rond een jaargemiddelde van 8°C tot 6°C, een jaarlijks neerslaggemiddelde van 900 mm tot 1.400 mm en 26 tot 38 dagen sneeuwval.
Plantensoorten : -> meer weten
De verhouding loof-/naaldbomen ligt rond 1/3-2/3. Van de 4.000 ha waarop harsbomen worden bebouwd ligt echter 20% kaalgeslagen of braak. De meest voorkomende harsboomsoort is de spar, die massaal door de Pruisen werden ingevoerd in de tweede helft van de XIXe eeuw op plateaus boven 400-450 m. Op lagere gronden heeft het beukenbos met veldbies als climaxbos plaatsgemaakt voor wintereikenbossen, vooral door nefaste antropogene invloeden en met name door het middelhoutbeheer. Nu zijn de bestanden dus samengesteld uit wintereiken en ruwe berken. De beuk komt echter geleidelijk weer voor onder de hoogstammige eiken. Hoger gelegen (300-500 m) komen beukenbossen met veldbies en blauwe bosbessen voor, vooral op valleihellingen. Vanaf 400 m werden de slechtgroeiende loofhoutbestanden (uitgeputte hakhoutbestanden) verbouwd tot sparbestanden.
Bejaagde wildsoorten :
Tegenwoordig is vooral het hert het voorwerp van inspanningen die geleverd worden bij het beheer van het gebied. De ree vertegenwoordigt een bescheiden, moeilijk te tellen bevolking die stabiel lijkt te zijn of zelfs toeneemt. Het everzwijn is tegenwoordig goed aanwezig met een afwisselende dichtheid van jaar tot jaar. Het is meldenswaardig dat het hert anderhalve eeuw terug niet aanwezig was in dit massief. Toen waren de wildsoorten het hazelhoen, het korhoen en de ree. Blijkbaar heeft de verovering van de venen door naaldbomen en de demografische druk van de mens in de valleien geleid tot de groei van een hertenpopulatie die nu goed gevestigd is in het Hertogenwald.
Op het vlak van het wildbeheer valt het gebied van het Hertogenwald onder de oudere Jachtraad van het Waalse Gewest, die van de Hoge Venen – Eifel (1973).
|
|
|
|
|
clikeren om een beeld te vergroten |
|