4. Wildbeheer : 4.1 Beheer van de populaties : AFSCHOT
Hertogenwald :
Herten :
De laatste jaren is de trend voor het afschot van herten algemeen in stijgende lijn (ongeveer + 30% tussen 2000 en 2005). In 2004 zag men echter een plotse terugval van het afschot, wat voornamelijk te wijten was aan een overvloedige eikenmast en een uiterst warme maand oktober. Beide factoren hebben geleid tot een verandering in het gedrag van de dieren, wat zich vertaalde in een verminderde jachteffectiviteit. Het jaar 2004 was trouwens het enige jaar sinds 1989, jaar waarin het afschotplan voor herten in het Waalse Gewest werd ingevoerd, waarin het minimumaantal af te schieten kaalwild niet werd bereikt in het Hertogenwald. In 2005 bedroeg het afschotniveau voor herten 21,1 stuk per 1.000 hectaren.
Legende van de grafiek : Evolutie in de tijd van het aantal afgeschoten geweidragers en kaalwild

Legende van de grafiek : Evolutie in de tijd van het afschot van kaalwild per 1.000 ha en van de graad (%) waarin het minimale afschotplan voor kaalwild werd gerealiseerd

Everzwijn :
Ook al blijft het everzwijnenafschot zwak (7,2 everzwijnen per 1.000 hectaren in 2005), toch is de stijgende trend de laatste jaren zeer uigesproken. Dat verklaart de beslissing van 2005 om naast de bers- en loerjachten ook steeds groepsjachten te organiseren
Legende van de grafiek : Evolutie in de tijd van het aantal afgeschoten everzwijnen

Reeën :
Ook het afschot van reeën blijft erg zwak (3,9 reeën per 1.000 hectaren). Men kan voor de afgelopen jaren geen duidelijke trend onderscheiden in de evolutie van het afschot.
Legende van de grafiek : Evolutie in de tijd van het aantal afgeschoten reeën

Saint-Michel Freyr
:
Herten :
De stijgende trend van het afschot is bijzonder uitgesproken in het deel van het gebied ten Noordwesten van de N89 (+110% tussen 2000 en 2005). Het afschot is daar erg groot en bereikten 26 dieren per 1.000 hectaren in 2005. In het deel van het gebied ten Zuidoosten van de N89 verloopt het afschot volgens een omgekeerde trend, hoewel het in 2005 weer sterk optrok en bijna 11 stuks per 1.000 hectaren bereikte. In de noordwestelijke sector behaalde men altijd het minimumaantal af te schieten geweidragers. Tussen 2000 en 2005 kon echter dat minimum slechts tweemaal worden bereikt in het zuidoostelijke gedeelte. Globaal gezien werd op het niveau van de Wild Beheereenheid van Saint-Hubert, die het zuidoostelijke deel van het gebied van Saint-Michel Freyr omvat, het aantal echter wel behaald.
Legende van de 2 volgende grafieken: Evolutie in de tijd van het afschot van geweidragers en kaalwild
|
|
Legende van de 2 volgende grafieken : Evolutie in de tijd van het afschot van kaalwild per 1.000 ha en van de graad (%) waarin het minimale afschotplan voor kaalwild werd gerealiseerd.
|
|
|
Everzwijnen :
In de zone ten Noordwesten van de N89 verloopt het afschot duidelijk in stijgende lijn (het is verviervoudigd tussen 2001 en 2005) en bereikte het in 2005 ongeveer dezelfde aantallen als voor herten, namelijk meer dan 26 everzwijnen per 1.000 hectaren. De uitzonderlijk talrijke eiken- en beukenmast van de laatste jaren (in 2000, 2002 en 2004) en de afleidingsbijvoedering die op aangrenzende jachtgebieden wordt voorzien, kunnen een verklaring zijn voor deze evolutie. Op het deel ten Zuidoosten van de N89 blijft het afschot van everzwijnen gering (amper 8 stuks per 1.000 ha).
Legende van de grafiek : Evolutie in de tijd van het aantal afgeschoten everzwijnen

Reeën :
Zowel in het Noordwesten als in het Zuidoosten van het gebied schommelt het afschot van jaar tot jaar maar het blijft wel bescheiden (respectievelijk 5,6 en 8 reeën per 1.000 hectaren in 2005).
Legende van de grafiek : Evolutie in de tijd van het aantal afgeschoten reeën

-> Beheer van de populaties
-> Tellingen
-> Wildvraatindicatoren
-> Jachtwijze
-> Analyse van de afschotstatistieken
|