4. Wildbeheer : 4.1 Beheer van de populaties : ANALYSE VAN DE AFSCHOTSTATISTIEKEN
Elk dier dat tijdens de jacht wordt afgeschoten (of dood wordt gevonden), wordt geïdentificeerd met een traceerband (of een mortaliteitsplaket) en wordt opgenomen in een meldingsformulier. Het hert is op dit moment het enige dier dat onderworpen is aan een wettelijk afschotplan, het krijgt dan ook de volle aandacht: systematisch wordt de linker onderkaak verwijderd en de leeftijd vastgesteld. De leeftijd wordt voor het kaalwild bepaald aan de hand van de slijt op de tanden en voor de geweidragers door een telling van de cementlagen. Deze methode werd in 1983 in de Kroonjachtgebieden ingevoerd en is tegenwoordig ruim verspreid over heel het Waalse Gewest, in het bijzonder voor mannelijke herten.
Wanneer men van elk afgeschoten dier de onderkaak verzameld, kan men jaarlijks de structuur (leeftijdspiramide al naargelang het geslacht) van de afgeschoten populatie, dit is 20 tot 40% van de stand, bepalen. De piramide geeft een aanduiding over de structuur van de wildstand: evenwicht tussen geslachten (voor een natuurlijke populatie streeft men naar 50% mannelijke en 50% vrouwelijke dieren) en veroudering van de mannelijke herten (vooropgesteld wordt dat het afschot voornamelijk moet gebeuren in de allerjongste leeftijdscategorieën en in de categorieën van meer dan 9 jaar). Deze factoren worden dan in acht genomen om het afschotplan voor de volgende jaren op te stellen

Voor de reeën werd in 2004 een specifiek onderzoeksprogramma gelanceerd. Elke afgeschoten individu wordt geklasseerd volgens 4 leeftijdscategorieën
-> Beheer van de populaties
-> Tellingen
-> Wildvraatindicatoren
-> Jachtwijze
-> Jachtafschot
|